| |
GD voert elke 2 jaar steekproeven uit om na te gaan hoe vaak ziekten voorkomen op Nederlandse bedrijven. Hiervoor
benadert GD willekeurig rundveehouders om te vragen of ze willen meewerken aan tankmelk- en/of bloedonderzoek. In
ruil daarvoor krijgen deze veehouders kosteloos informatie over de aanwezigheid van bepaalde ziekten op hun bedrijf.
GD voert landelijk onderzoek uit naar een aantal dierziekten. In die onderzoeken wordt bepaald op welk percentage van de Nederlandse melkleverende en nietmelkleverende rundveebedrijven een bepaalde ziekte voorkomt.
Het gaat om de ziekten: Neospora, Salmonella, IBR, BVD en leptospirose en Q-fever. Het onderzoek is al een aantal jaren achtereen uitgevoerd en daardoor kan tevens een trend worden bepaald: komt de ziekte meer of minder voor, of blijft het gelijk? Het afgelopen jaar bleek dat er kansen liggen voor melkveehouders om voor IBR de onverdachte status te krijgen,
Neospora vraagt de aandacht op niet-melkleverende bedrijven alsook leptospirose.
Tabel 1 Resultaten specifieke monitoring 2006 en 2004 op melkveebedrijven, tussen haakjes de spreiding.
| Ziekte |
% besmette bedrijven 2006 |
% besmette bedrijven 2004 |
Genomen monsters |
| BVD |
|
23.8% |
Bloedmonsters van vijf kalveren tussen 8-12 maanden. |
| IBR |
25,6%
{20,4-31,4} |
28,1%
{22,0-34,9} |
Tankmelk. |
| Neospora |
21,6%
{16,9-26,9} |
15,0%
{10,6-20,3} |
Tankmelk. |
| Q-fever |
56,7%
{51,3-62,0} |
nvt |
Tankmelk. |
| Salmonella |
12,6%
{8,1-18,3} |
6,3%
{2,9-11,6} |
Tankmelk. In 2006 tevens bloedmonsters van vijf kalveren tussen 3-6 maanden. |
Tabel 2 Resultaten specifieke monitoring 2006 en 2004 op niet-melkleverende bedrijven, tussen haakjes de spreiding.
| Ziekte |
% besmette bedrijven 2006 |
% besmette bedrijven 2004 |
Genomen monsters |
| BVD |
|
34.8% |
Bloedmonsters van vijf kalveren tussen 8-12 maanden. |
| Neospora |
|
75.6% |
Bloedmonsters van max. vijf koeien. |
| Leptospirose |
6.7%
{3,6-11,1} |
12.2%
{4,1-26,2} |
Bloedmonsters van max. vijf koeien. |
| Salmonella |
12,3%
{7,7-18,4} |
5,0%
{2,5-8,7} |
Bloedmonsters van vijf kalveren tussen 3-6 maanden. |
Conclusies
De belangrijkste conclusies voor melkvee bedrijven zijn:
-BVD: Op 28% van de niet BVD-vrije bedrijven is de infectie recent actief rondgegaan en is nog een virusdrager (=verspreider van de infectie) geboren. In 2006 is het onderzoek niet herhaald. BVD is de ziekte waarover GD Veekijker de meeste vragen krijgt: enten voorkomt insleep op en verspreiding binnen het bedrijf, virusdragers moeten worden afgevoerd om de infectie kwijt te raken.
- IBR: het aantal IBR besmette bedrijven lijkt te dalen: 74% van de bedrijven (zonder een IBR-status), heeft minder dan 10% besmette koeien en zou via tankmelkonderzoek de vinger aan de pols kunnen houden en in aanmerking komen voor een “onverdacht status”.
- Neospora: Het aantal bedrijven met een risicovol percentage Neospora geïnfecteerde dieren lijkt toe te nemen: op ongeveer 22% van de bedrijven komt deze infectie in 2006 voor bij meer dan 1 op de 6 melkgevende koeien. Goede maatregelen zijn de hond te leren dat hij niet tussen de koeien mag komen en geen nakomelingen aanhouden van besmette koeien.
- Q-koorts: zowel op dier- als op bedrijfsniveau komt de infectie veel voor in Nederland. Dit onderzoek werd voor het eerst uitgevoerd in Nederland en zal in 2007-2008 worden herhaald.
- Salmonella: Afweerstoffen worden in de tankmelk aangetoond als meer dan 10% van de melkgevende dieren de
infectie de laatste 6 maanden heeft doorgemaakt. In 2006 is op de bedrijven naast tankmelkonderzoek ook bloedonderzoek gedaan bij 5 kalveren. Het percentage besmette bedrijven is toegenomen, omdat op sommige
bedrijven de infectie voorkomt bij het jongvee en niet in de melkveekoppel. Onderzoek bij de kalveren naast tankmelkonderzoek geeft een beter inzichtin het voorkomen van Salmonella infecties op melkveebedrijven.
De belangrijkste conclusies voor niet-melkleverende rundveebedrijven zijn:
- BVD: Op 35% van de niet BVD-vrije bedrijven was de infectie actief rondgegaan in 2004. In 2006 is het onderzoek niet herhaald.
- Neospora: Deze infectie kwam op 76% van de niet-melkleverende bedrijven voor. Het onderzoek is in 2006 niet herhaald.
- Leptospirose: vrijwel alle melkleverende bedrijven zijn vrij van leptospirose. Besmette zoogkoeienbedrijven vormen een risico voor de melkveebedrijven.
- Salmonellose: er is een stijging in het aantal met de Salmonella bacterie besmette bedrijven. Het aanwezig zijn van deze infectie op rundveebedrijven is ongewenst vanwege het grote risico op ziek worden van de veehouder en zijn gezinsleden en de voedselveiligheid. Goede preventieve maatregelen op rundveebedrijven zijn: een gesloten bedrijfsvoering, het niet aanvoeren van varkensmest en het bestrijden van leverbotinfecties.
|