- Kalveren met coccidiose hebben diarree (soms met bloed).
- Andere verschijnselen: verhoogde temperatuur, buikpijn, persen en bloedarmoede.
- Sterfte kan oplopen tot 7-20%.
- Niet alle besmette kalveren vertonen deze verschijnselen.
- Risicofactoren: infectiedruk, stress, weerstand en erfelijkheid.
- Toename coccidiose: 3-4 weken na het verplaatsen naar besmette stal.
Algemeen
Coccidiose bij kalveren in de stal wordt veroorzaakt door de parasiet Eimeria.
Kalveren besmetten zich door opname van een soort eitjes, de zogenaamde oöcysten.
De tijd tussen opname van een besmette oöcycste en het weer uitscheiden van nieuwe oöcysten bedraagt 17-22 dagen.
De cyclus van kalvercoccidiose

Ziekteverschijnselen en risicofactoren
diarree door coccidiose is
soms bloederig
Op probleembedrijven (klinische coccidiose)
Besmetting van Holstein-Frisian kalveren via het voer leidde tot een daling van de wateropname gedurende 4-5 weken, de voeropname gedurende 13 weken en van de groei gedurende 10 maanden. Na 10 maanden waren de besmette kalveren 22 kg lichter dan onbesmette leeftijdgenoten.
kalf rechts besmet; kalf links onbesmet
Op andere bedrijven (subklinische coccidiose)
Het economische verlies door subklinische coccidiose is belangrijker dan deze door klinische coccidiose, omdat subklinische coccidiose veel vaker voorkomt en zij de darmfunctie, de voederconversie en de groei van kalveren verstoort.

Darmvlokken onder de microscoop: de beschadiging van het oppervlak is duidelijk zichtbaar
Diagnose:
De diagnose van coccidiose gebeurt door mestonderzoek of op het klinische beeld.
Behandeling:
Wanneer de diagnose gesteld is kan het beste de hele koppel eenmalig behandeld worden met Baycox Bovis, dat moet worden ingegeven.
