NIEUWS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Chris Bartels: “Voorkom een onverwachte abortusstorm door neospora”

 
 


De parasiet Neospora caninum werd in 1984 voor het eerst ontdekt bij honden. En sinds de jaren '90 is deze bekend als één van de voornaamste veroorzakers van abortus bij runderen. Inmiddels komt neospora voor op zo'n driekwart van de Nederlandse melkveebedrijven en op 60 procent van de vleesvee- en zoogkoeienbedrijven. Dierenarts Chris Bartels, veterinair epidemioloog en specialist rundergezondheid bij GD onderzocht op bedrijven met besmette dieren de gevolgen voor de diergezondheid en de daaraan gekoppelde economische schade. Daarnaast zette hij uiteen hoe melkveehouders zich tegen de meest schadelijke vorm van een neospora infectie (een abortusstorm) kunnen wapenen. Hij is inmiddels gepromoveerd op dit onderwerp.

Komt een neospora infectie in andere landen evenveel voor als in Nederland?
Bartels: “In Nederland zijn relatief veel bedrijven besmet. Dat blijkt uit een gelijkwaardige studie in meerdere landen (Duitsland, Spanje en Zweden). In Nederland bleek dat op driekwart van de melkveebedrijven één of meer besmette dieren rondliepen. Op niet-melkleverende bedrijven was dat zestig procent. Uit het onderzoek bleek verder dat zo'n 10 % van de Nederlandse melkveestapel besmet is met neospora. In Zweden gaat het om slechts 0,5%. In Spanje zijn meer dieren besmet: 16%.”

Vanwaar die verschillen tussen landen?
“Ik ga er vanuit dat de bevolkingsdichtheid en het klimaat de verschillen verklaren. Hoe hoger de bevolkingsdichtheid, hoe meer honden. En honden zijn cruciaal bij het overbrengen van de infectie op rundvee doordat zij oöcysten (eitjes van neospora) uitscheiden. Temperatuur en luchtvochtigheid zijn mogelijk van invloed op de rijping van oöcysten tot besmettelijke stadia.”

Hoe uit neospora zich op de besmette bedrijven?
“In de meeste situaties is neospora een vruchtbaarheidsprobleem binnen koefamilies. Maar het kan ook een bedrijfsprobleem zijn, waarbij jarenlang een hoog aantal abortusgevallen (meer dan 5% per jaar) gezien wordt. Een derde mogelijkheid is dat neospora de oorzaak is van een plotselinge golf van abortus: abortusstorm. Wij spreken van een storm vanaf 12,5 procent abortussen in 2 maanden tijd.”

Hoe groot is de schade die bedrijven van neospora ondervinden?
“Uit de resultaten van recent onderzoek blijkt dat de gemiddelde schade zo'n €100 per jaar is. Die schade is ongelijk verdeeld. Driekwart van de bedrijven heeft op jaarbasis nauwelijks of geen economische schade. Voor deze bedrijven is het dan ook niet verstandig om meer kosten te maken dan het tankmelkabonnement. Regelmatig tankmelkonderzoek blijft natuurlijk nodig om nieuwe uitbraken tijdig op te sporen. Op andere bedrijven kan de schade oplopen tot enkele duizenden euro's per jaar. Vooral als er sprake is van een abortusstorm, is de economische schade aanzienlijk. Allereerst is er de schade van de abortusstorm zelf, afhankelijk van de bedrijfsgrootte gemiddeld ca. € 5.000. Gedurende de daaropvolgende minimaal twee jaren bedraagt de schade circa € 25 per koe per jaar. De grootste schade wordt steeds veroorzaakt door vervroegde afvoer van besmette runderen. Hoewel aangetoond kon worden dat er kortdurend sprake was van melkproductiedaling na een abortusstorm, droeg dit nauwelijks bij aan de economische schade.”

Een veehouder kan er het beste voor zorgen dat een 'rustige' bedrijfsbesmetting niet ontaardt in een abortusstorm met veel schade. Hoe kan hij zich daartegen wapenen?
“Het is nog onbekend waarom op een besmet bedrijf opeens een abortusstorm ontstaat. De kans daarop wordt wel groter naarmate het bedrijf zwaarder besmet raakt. Het is daarom goed om de infectie op het bedrijf nauwlettend te volgen en zo nodig op tijd in te grijpen. Daarvoor bestaat het viermaandelijkse tankmelkonderzoek. Dit onderzoek toont antistoffen in de tankmelk aan wanneer 15% of meer dieren besmet zijn. Als het tankmelkonderzoek negatief is, lopen er dus geen of slechts weinig besmette koeien rond op het bedrijf. Het is daarnaast belangrijk ook bloedonderzoek te laten doen bij koeien die geaborteerd hebben. Met de combinatie van deze twee onderzoeken weet de veehouder precies hoe het er op zijn bedrijf voorstaat met neospora. Deze regelmatige controles zijn er volledig op gericht om het risico op een abortusstorm te verminderen. Wanneer de besmettingsgraad toeneemt, kan die worden teruggebracht met de afvoer van besmette koeien en geen dochters aanhouden van besmette moeders. Maar allereerst moet de veehouder ervoor zorgen dat honden worden weghouden bij de melkkoeien en het voer (inclusief het weiland). Dat betekent dat de hond goed moet worden opgevoed, zodat hij niet bij de koeien komt of anders is een hond uit oogpunt van neospora ongewenst!”

De hond speelt een cruciale rol bij de besmetting van het vee. Is het verstandig om te testen of de hond besmet is?
“Uit eerder onderzoek is gebleken dat bijna een kwart van de boerderijhonden op basis van bloedonderzoek besmet is met neospora. Van de stadshonden is dit een goede vijf procent. Echter, het is op dit moment nog niet goed mogelijk om een besmetting bij honden met zekerheid vast te stellen. Honden maken niet altijd voldoende meetbare antistoffen aan om de besmetting in het bloed vast te stellen.”

Verwacht je dat de gevolgen van neospora voor de rundveehouderij zullen toenemen?
“Als de gemiddelde temperatuur zou stijgen en het aantal honden rond bedrijven toeneemt (denk hierbij ook aan stadsuitbreiding), dan ligt een toename van neospora voor de hand. Tevens bleek uit onderzoek dat grotere bedrijven vaker tankmelkpositief testen. Wij volgen de landelijke situatie nu al via de GD monitoring. Maar dit doen we nog maar enkele jaren, zodat er nog niks valt te zeggen over een eventuele toe- of afname. Het is dus belangrijk dit te blijven doen.

 
Bron: GD Herkauwer nr. 48, maandag 11 juni 2007