Nieuwe ontwikkelingen in het onderzoek naar hoefbevangenheid.
Wat is hoefbevangenheid?
Hoefbevangenheid ontstaat door een verstoring van de bloedsomloop in de hoef. Hierbij hoopt zich zo veel bloed op in het gebied tussen de hoefwand en de hoef zelf dat de verbinding daartussen verloren gaat. Dit proces is te vergelijken met het uit elkaar drukken van de twee delen van een klittenbandsluiting. Hierdoor zakt de hoef uit de hoornschoen en komt op de hoornzool, met de bekende, vaak desastreuze gevolgen. Deze ophoping van bloed ontstaat door samentrekking van bloedvaatjes en bloedpropvorming in de vaatjes
Oorzaak
Over de oorzaak van hoefbevangenheid doen verschillende verhalen de ronde. Daardoor nemen eigenaren die hoefbevangenheid bij hun pony's willen voorkomen, soms maatregelen die de kans op hoefbevangenheid juist vergroten. Met een eenvoudig bloedonderzoek kan de GD vaststellen hoe groot de kans is op hoefbevangenheid.
Tot in het recente verleden werd algemeen aangenomen dat hoefbevangenheid een vorm van eiwitvergiftiging was. Dat was ook wel te verklaren, omdat paarden en pony's vaak acuut hoefbevangen werden op een weide met veel erg jong gras. Tegenwoordig weten we dat niet het eiwit in dit gras de kwaal veroorzaakte. De boosdoeners in het jonge gras waren de suikers. Het was dus juist andersom als werd aangenomen.
Normaal vormt jong gras overdag onder invloed van zonlicht suikers. Deze worden gedurende de nacht opgebruikt om eiwitten en celwanden te produceren. Door koude nachten na zonnige dagen in het vroege voorjaar werden deze suikers 's nachts niet omgezet in eiwit en celwanden, waardoor er 's morgens nog steeds veel suiker in zat. In de daaropvolgende zonnige dag werd er dan nog meer extra suiker gevormd. Het bewuste gras waar de pony's of paarden zo ziek van werden, bevatte dus juist weinig eiwit en celwanden, maar wel heel veel suikers.
De ophoping van bloed in de hoef die veroorzaakt wordt door samentrekking van bloedvaatjes en bloedpropvorming in de vaatjes, kan worden verklaard door de opname van suikers. Dit is onder andere bekend bij mensen met suikerziekte type 2 ofwel 'ouderdomssuikerziekte'. Recente onderzoeken geven aan dat voedingsgerelateerde hoefbevangenheid ook beschouwd zou kunnen worden als een vorm van suikerziekte type 2.
Bij mensen is de oorzaak een stofwisselingsziekte genaamd Humaan Metabool Syndroom. Bij het paard bestaat een vergelijkbare stofwisselingsziekte, het Equine Metabool Syndroom. Dit syndroom berust op een langdurige verstrekking van te veel suikers, als gevolg waarvan de glucosespiegel in het bloed gaat stijgen.
Insulineresistentie
Om de geschetste nadelige gevolgen van te veel glucose op de bloedvaatjes te voorkomen, gaat het lichaam insuline produceren. Insuline verlaagt immers de glucosespiegel. Duurt deze insulinestijging te lang. dan worden de cellen minder gevoelig voor insuline. Dit noemen wij 'insulineresistentie'. Dan moet er dus om hetzelfde effect te bereiken meer insuline geproduceerd worden.
Het zal duidelijk zijn dat dergelijke dieren een groter risico lopen dat op een kwaad moment de geproduceerde insuline niet meer in staat is de glucose voldoende ver naar beneden te brengen, met hoefbevangenheid als gevolg.
Naast een directe invloed van de glucose in het bloed op de bloedvaten, speelt bij paarden een -door te veel suikers in de dikke darm veroorzaakte- verstoring van het bacteriële milieu een rol. Hierdoor krijgen de suikerverterende bacteriën zo veel voedingsstoffen, dat zij zich als het ware doodgroeien. Uit die afstervende bacteriepopulaties komen veel gifstoffen vrij die, eenmaal in het bloed opgenomen de bloedvaten in de hoef ook aantasten. Het gevolg van de aantasting van de bloedvaatjes is altijd in eerste instantie hoefbevangenheid bij het paard.
Heeft mijn paard een verhoogd risico?
Door de hoeveelheid insuline in het bloed te meten wanneer de dieren nog geen zetmeelrijk (kracht)voer hebben gegeten, kan de mate van insuIineresistentie worden gemeten. Omdat het Equine Metabool Syndroom net als het Humaan Metabool Syndroom meestal gepaard gaat met overgewicht, zien wij bevangenheid bij paarden en suikerziekte type 2 bij mensen vooral bij een overmatige conditie (lees: 'te dik'). Om die reden heeft de GD afgelopen zomer in samenwerking met Pavo de basale insulinegehallen gemeten bij pony's en paarden met een hoge conditiescore.
De resultaten waren alarmerend. Niet minder dan één op de drie onderzochte pony's en paarden had een (veel) te hoge insulinespiegel in het bloed. De hoeveelheid insuline in het bloed van sommige dieren was soms honderdmaal hoger dan die van andere.
Opvallend was dat er eigenlijk nauwelijks een verband was met de conditie. Op het oog normale dieren in een goede conditie hadden vaak een veel hoger insulineniveau dan extreem dikke dieren. Ook viel op dat dieren van het ene ras (bijvoorbeeld Welsh Cob-pony's) veel gevoeliger waren dan dieren van een ander ras (bijvoorbeeld Friezen).
Maatregelen
Dat geconstateerd hebbende is natuurlijk de vraag: wat doen we eraan? Gelukkig blijkt insulineresistentie beïnvloedbaar te zijn. Hiervoor zijn echter wel zeer rigoureuze maatregelen nodig.
Dag en nacht weiden is bijvoorbeeld uit den boze. Ook weiden op zeer kort gras is helemaal niet zo goed als het Iijkt. In dit gras hopen zich door de stress van droogte, tekort aan meststoffen en kort afgrazen juist extra veel suikers op, vooral de zeer gevaarlijke fructanen.
Wat dan wel? Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat alleen de combinatie van een beperking van de weideduur tot één à twee uur per ochtend, met een dagelijkse beweging van minimaal een uur, leidt tot het gewenste resultaat. Daarbij kan beperkt worden bijgevoerd met echt paardenhooi, dat wil zeggen hooi waar (bijna) niets in zit. Er zijn op experimentele basis voedermiddelen beschikbaar die zeer effectief lijken te zijn in het terugdringen van insulineresistentie.
Bron: GD Deventer.
